Je bent hier : Vliegtuig RouteBord 4

Enter Title

Wernhout (Weimert) 11 oktober 1944 Mustang

Op woensdag 11 oktober 1944 om circa 18.00 uur maakte de RAF Mustang FR934 (2nd Squadron RAF) van F/Lt. Michael Ridley Martin een buiklanding ter hoogte van de Weimerstraat 11 te Wernhout. Ridley Martin was om ongeveer 17.15 uur opgestegen vanaf Airfield Deurne (B70) bij Antwerpen. Zijn opdracht was om een verkenningsvlucht uit te voeren in het vak Breda, Willemsdorp, Dordrecht, Gorinchem en Den Bosch en uit te kijken naar vijandelijke verplaatsingen op (spoor)wegen en rivieren. In de buurt van Raamsdonkveer werd zijn toestel door FlaK getroffen. Omdat lekkende koelvloeistof op zijn cockpit het zicht belemmerde, is hij door zijn Wingman F/Lt. West in de richting van Antwerpen geleid. Ter hoogte van Breda had hij
al veel hoogte en snelheid verloren en op ongeveer 175 meter hoogte stopte zijn motor er mee.

De Mustang scheerde laag over het huis van de familie Mathijssen aan de Weimerstraat 13, raakte vijftig meter verderop met een vleugel de grond en maakte vervolgens een harde maar succesvolle buiklanding. Michael kroop uit het toestel en was gewond. Hij had bij de landing zijn hoofd gestoten waarbij hij zijn linker oog en neus verwondde. Zijn Wingman bleef tot na de landing in de buurt. Adrianus en Louis Mathijssen waren op dat moment ter plaatse appels aan het plukken en zagen het gebeuren.
Michael ontdeed zich van zijn parachute en ging er direct vandoor. Toen hij Adrianus in de gaten kreeg, liep hij op hem af. Adrianus nam Michael mee naar binnen en verzorgde zijn hoofdwond. Katrien van den Berg had de Mustang ook zien landen. Zij stuurde haar zonen Adriaan en Jef om de piloot op te halen en in veiligheid te brengen op hun boerderij waar een schuilplaats was. Adriaan en Jef pakten hem bij zijn mouw en trokken hem mee. Inmiddels naderde de eerste  Duitser voor een onderzoek naar het vliegtuig. Jef hing zijn kiel over het hoofd van Michael om het verband om zijn hoofd te verbergen waarna beiden net deden alsof zij op het land aan het werk waren.

De Duitsers zochten de hele omgeving af maar konden de piloot niet vinden. Bij het onderzoek van het vliegtuig activeerde een Duitser de boordmitrailleur waardoor een andere Duitse militair ernstig gewond raakte. De gewonde militair werd afgevoerd naar Zundert en daarmee keerde de rust terug. Dokter Koch uit Zundert heeft de wond van Michael verzorgd maar adviseerde Katrien hem tijdelijk elders onder te brengen omdat haar schuilplaats te vochtig was. Op 12 oktober is hij achter op de fiets van Wim van der Horst en begeleid door wachtmeester der marechaussee Van der Meer, overgebracht naar Louis Boden in Achtmaal. Daar is hij verpleegd door wijkverpleegster zuster Todt.

Op 15 oktober moest hij weer weg; met het geallieerd offensief op komst, vestigden de Duitsers hun hoofdkwartier in Achtmaal en Louis Boden kreeg inkwartiering. Wim van der Horst, begeleid door marechaussees uit Achtmaal, heeft Michael weer opgehaald en teruggebracht naar Katrien. Daar is Michael tot de bevrijding op 28 oktober 1944 onderdoken gebleven. Bij Katrien schuilden nog vier andere piloten; een Canadees, twee Amerikanen en een Tsjech.

Het vliegtuig bleef als stille getuige achter. Het werd een waar speelparadijs voor de kinderen en langzaam compleet gesloopt. Alles wat bruikbaar was werd meegenomen. Het cockpitluik heeft nog lang als voerbak voor de kippen gediend. Van de brandstoftank, die van rubber was, zijn repen gesneden om deze, bij gebrek aan fietsbanden, met ijzerdraad om de velg te bevestigen. Het uitgeklede wrak is na jaren uiteindelijk opgeruimd door een “oud ijzerboer”. De propellerbladen zijn er afgesloopt; één er van is nog in het bezit van de familie Van den Berg. Een andere is in het bezit van de familie Ridley Martin.



Copyright 2012 Militair Historisch Museum Achtmaal