Je bent hier : Vliegtuig RouteBord 2

Enter Title

Achtmaal (Laveibos) 22 mei 1944 Lancaster LL951 AR-C


In de nacht van zondag 21 op maandag 22 mei, om ongeveer 02.00 uur, stortte de Lancaster LL951 van No. 460 Squadron RAAF (RAF Station Binbrook, Lincolnshire) neer naast het huis van de familie Van Dijck aan de Laveibosstraat No.3. Doordat het vliegtuig het dak raakte, werd het huis zwaar beschadigd. De Lancaster Mk I, met een 7-koppige bemanning onder commando van de Canadese piloot F/O. Reginald Mc.Dougall, maakte deel uit van een bommenwerpervloot van 510 Lancasters, waarvan 21 Lancasters van 460 Squadron, en 22 Mosquito’s.

Het doel die nacht was Duisburg, een belangrijk logistiek centrum in het Ruhrgebied met ook ijzer, staal en chemische industrie. Het zuidelijke deel van de stad werd zwaar getroffen. Circa 350 gebouwen werden vernietigd en 665 beschadigd. Er gingen 31 Lancasters verloren waarbij ongeveer 200 bemanningsleden om het leven kwamen. De LL951 was de enige van 460 Squadron die niet terugkeerde op de thuisbasis in Binbrook. De LL951 is neergeschoten door Oberstleutnant Günther Radusch van Fliegerhorst Deelen die met zijn JU-88 die nacht nog twee 4-motorige bommenwerpers neerschoot.

De bemanningsleden van Lancaster LL951 AR-C waren:
Pilot F/O. Reginald E. Mc.Dougall             RCAF         † --         
Navigator F/Sgt. Ronald R. Bunker           RAF            † 26 jaar
Wireless Op Sgt. James Herkes                  RAF            † 22 jaar
Air Gunner Sgt. Harold R. Elsbury             RAF            † 20 jaar
Air Gunner Sgt. William F. O’Neill             RAF            † 31 jaar
Air Gunner F/O. Eugene O’Donoghue    RAF            POW
Air Gunner Sgt. W. Leaney                          RAF            POW

Alleen O’Donoghue en Leaney overleefden deze vlucht; zij wisten zich per parachute in veiligheid te stellen maar werden later toch gevangen genomen. Over het aantal inzittenden bestond veel onduidelijkheid. Het vliegtuig lag geheel verspreid en er woedde verspreid heftige brandjes. Aanvankelijk ging men uit van een tweemotorige nachtjager wat later werd bijgesteld naar een bommenwerper. De bemanningsleden lagen in delen verspreid en de stoffelijke overschotten werden geschat als zijnde van drie personen. De bemanningsleden Mc.Dougall, Bunker, Herkes, Elsbury en O”Neill zijn op 22 mei om 21.30 uur in één kist begraven op de begraafplaats van de Protestantse kerk te Zundert. Tijdens een heropgraving in 1948 kon wederom geen identificatie plaatsvinden. Ze zijn nu over drie graven verdeeld waarvan alleen Sgt. James Herkes een eigen grafsteen heeft.

Sgt. Leaney werd al snel opgepakt en vervolgens afgevoerd naar Stalag Luft VII (Bankau). F/O. Eugene O’Donoghue landde met zijn parachute in de buurt van Brasschaat. Bij het verlaten van het toestel was hij zijn schoenen verloren. Hij maakte contact met een boer die hem enkele dagen verborg en van nieuwe schoenen en burgerkleding voorzag. Op 26 mei is hij door een Belg, met O’Donoghue als passagier achter op de fiets, naar een buitenwijk van Antwerpen gebracht. Hij wisselde nog enkele keren van onderkomen. Op zijn laatste schuiladres probeerde men middels een vragenlijst inlichtingen van hem te verkrijgen, hetgeen hij weigerde. Op 8 juni is hij opgehaald met de toezegging dat hij naar Frankrijk zou worden gebracht. Nadat in Antwerpen nog twee evaders waren opgehaald, is het drietal afgeleverd bij het Gestapo hoofdkwartier in Antwerpen. Eugene O’Donoghue was in een door de Duitse Abwehr geïnfiltreerde escape line terecht gekomen.

F/O. O’Donoghue werd via Oberursel afgevoerd naar Stalag Luft III (Sagan). Vervolgens werd hij in Stalag IIIA (Luckenwalde) geplaatst waar hij op 22 april 1945 door de Russen werd bevrijd. Een maand later was hij weer terug in Engeland.



Copyright 2012 Militair Historisch Museum Achtmaal